Piepten
piepen
Fiilgeluid maken
- een hoog, doordringend geluid maken, vaak door een klein dier of apparaatDe muizen maken een hoog, doordringend geluid in de nacht.
- iemand of iets maakt een piepend geluid, bijvoorbeeld een deur of een bandDe deur piept als hij openzwaait.
- verwijzing naar iemand die zich lastiggevallen of oncomfortabel voeltZe voelde ongemak toen ze in het donker alleen was.
piepen
Fiiltoeter geluid
- een hoog of scherp geluid maken, vaak in verband met schreeuwen of gemorHet apparaat maakt een hoog geluid als het werkt.
- zachtjes of timide iets zeggen of reagerenZe reageerde zachtjes op de vraag.
- snel en zonder veel kracht of vermogen bewegenDe katten bewegen voorzichtig over de vloer.
piepen
Fiilhoog geluid geven
- een hoog, schril geluid maken, vaak gedaan door dieren of elektronische apparatenHet vogeltje maakt een schril geluid als het roept.
- zich verstoppen of zich voorzichtig bewegen naar een andere plek (informele context)De kat verstopte zich onder de bank.
- een korte, ongeplande opmerking maken, vaak met een hoge stemDe jonge jongen maakte een hoge opmerking tijdens de vergaderingen.
depiep
Isimeen soort geluid
- kort, hoog geluid dat vaak door kleine dieren of apparaten wordt gemaaktHet geluid van de piep was pieperig.
- langzaam of met weinig energie gesproken of gezongenZijn stem klonk zwak tijdens de vergadering.
- een kleinigheid of onbelangrijk dingDie kruimels zijn slechts een kleinheid op de tafel.