Prikjes
deprik
Isimkleine steek of injectie
- kleine, scherpe steek of injectie met een naaldDe verpleegster geeft een prik in mijn arm.
- koolzuurhoudende frisdrank, vooral in informeel taalgebruikIk drink graag prik bij mijn lunch.
- kleine, scherpe punt of uitsteeksel aan een voorwerpDe prik van de naald is scherp.
deprik
Isimkoolzuur in drank
- kleine, scherpe steek met een puntig voorwerpIk voel een prik in mijn vinger.
- kleine hoeveelheid koolzuur in frisdrankDe prik in deze cola is perfect.
- kleine vis, vooral gebruikt voor spiering of jonge haringDe prik zwemt in het heldere water.
prikken
Fiilsteken of porren
- met een scherp voorwerp een kleine wond makenDe cactus prikte in mijn hand.
- een prikkelend of stekend gevoel veroorzakenDe zeep prikt in mijn ogen.
- koolzuur in een drankje laten ontstaan of voelenDe champagne prikt in mijn neus.
- iets vastmaken met een speld of prikkerIk prik de kaart op het prikbord.
deprik
Isimscherpe punt of stekel
- kleine, scherpe pijn door een naald of scherp voorwerpIk voel een prik in mijn voet.
- koolzuurhoudende frisdrank, informeelIk drink graag prik bij mijn lunch.
- kleine hoeveelheid geld, informeelIk heb nog maar een prik op mijn rekening.
deprik
Isimkleine hoeveelheid prikkel
- kleine, scherpe steek of injectie met een naaldDe prik doet even pijn, maar het is zo voorbij.
- koolzuurhoudende frisdrank, informeelIk drink graag prik bij mijn lunch.
- kleine, lichte slee voor kinderen, vaak met één glijderDe prik glijdt snel over de sneeuw.