Schaden
deschade
Isimnadeel of verlies
- negatieve gevolgen voor iets of iemand door een gebeurtenisDe schade is groot na de overstroming.
- geldbedrag dat iemand moet betalen voor veroorzaakte schadeDe schade aan mijn auto was niet groot.
schaden
Fiilnadeel toebrengen
- negatieve invloed hebben op iets of iemandDe regen schaadt de bloemen in de tuin.
- materiële of financiële verliezen veroorzakenDe storm heeft veel huizen in de buurt geschaden.