Scheiden af
afscheiden
Fiiliemand verlaten
- ergens of iemand loslaten, uit elkaar gaanIk moet deze oude spullen loslaten.
- een zaak of persoon van iets anders afzonderenDe boer heeft de gezonde appels van de rotte afgescheiden.
- deel van een geheel, vaak in een andere richting bewegenDe beweging van de lucht scheidt de frisse lucht van de benauwde lucht in de kamer.
hetafscheid
Isimafscheid nemen
- het moment waarop iemand of iets vertrekt of weggaatHet vertrek van de trein was precies op tijd.
- de emotionele situatie die volgt op het vertrek van iemandEmotie kan ons soms overweldigen als iemand vertrekt.
- een afscheidsceremonie of -momentDe ceremonie begon om drie uur.