NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Afscheiden
    Fiiliemand verlaten
  • 22Afscheid(het)
    Isimafscheid nemen

Göz at

SozlukKelime listesiKelimelerimSon kelimeler
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇹🇷
  • 11Afscheiden
    Fiiliemand verlaten
  • 22Afscheid(het)
    Isimafscheid nemen
  1. NEDERLANDS
  2. /Sozluk
  3. /Scheiden af
SozlukScheiden af

Scheiden af

  • afscheiden

    Fiil

    iemand verlaten

    1. ergens of iemand loslaten, uit elkaar gaanIk moet deze oude spullen loslaten.
    2. een zaak of persoon van iets anders afzonderenDe boer heeft de gezonde appels van de rotte afgescheiden.
    3. deel van een geheel, vaak in een andere richting bewegenDe beweging van de lucht scheidt de frisse lucht van de benauwde lucht in de kamer.
  • hetafscheid

    Isim

    afscheid nemen

    1. het moment waarop iemand of iets vertrekt of weggaatHet vertrek van de trein was precies op tijd.
    2. de emotionele situatie die volgt op het vertrek van iemandEmotie kan ons soms overweldigen als iemand vertrekt.
    3. een afscheidsceremonie of -momentDe ceremonie begon om drie uur.

Ilgili kelimeler

afgescheidenafscheidafscheiddeafscheiddenafscheideafscheidenafscheidendafscheidendeafscheidjeafscheidjesafscheidtscheid afscheidde afscheidden afscheide afscheidt af