NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Schrikken
    Fiilverbaasd of bang zijn
  • 22Schrikken
    Fiilplotseling bang worden

Göz at

SozlukKelime listesiKelimelerimSon kelimeler
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇹🇷
  • 11Schrikken
    Fiilverbaasd of bang zijn
  • 22Schrikken
    Fiilplotseling bang worden
  1. NEDERLANDS
  2. /Sozluk
  3. /Schrikken
SozlukSchrikken

Schrikken

  • schrikken

    Fiil

    verbaasd of bang zijn

    1. een plotselinge, heftige reactie op een schrikwekkende gebeurtenisHet geluid was zo schrikwekkend dat ik meteen in de lucht sprong.
    2. bang zijn of wordenIk ben bang voor de donkere kamer.
    3. een verstoring van je gemoedstoestand door angst of verbazingHaar gemoedstoestand was zichtbaar veranderd na het horen van het nieuws.
    4. in paniek rakenZe raakte in paniek toen ze het lawaai hoorde.
  • schrikken

    Fiil

    plotseling bang worden

    1. opeens bang of verrast zijnIk was bang toen ik het harde geluid hoorde.
    2. verrast worden door ietsHij werd verrast door het nieuws.
    3. een lichte schrik beleven, maar alweer kalm wordenZe kalmeert snel na een schrik.

Ilgili kelimeler

geschriktgeschrokkenschrikschrikkeschrikkendschrikkendeschriktschrikteschriktenschrokschrokken