Slaapt
deslaap
Isimde staat van slapen
- een toestand van rust waarin het bewustzijn vermindertIn de rustige kamer ligt hij in een staat van rust.
- de periode waarin iemand slaaptIedere nacht is er een periode van rust.
- een bed of plek om te slapenHet bed is groot.
- een kort moment van slapen, vaak overdagIk doe een dutje op de bank.
slapen
Fiilde handeling van slapen
- de toestand van rust waarin het lichaam en de geest niet actief zijnDe rust in het huis was opmerkelijk stilte.
- zich onbewust zijn van de omgevingHij is onbewust van het geluid om hem heen terwijl hij slaapt.
- een tijdspanne waarin men niet wakker isDe tijdspanne van mijn slaap is meestal acht uur.
- verliefd of verzot zijn op iemandZij is verliefd op haar beste vriend.