Verledentjes
hetverleden
Isimtijd die voorbij is
- de tijd die voorbij is, tijd die al geweest isDe tijd vliegt als je plezier hebt.
- vorm van een werkwoord die aangeeft dat iets in het verleden gebeurde (grammatica)De grammatica van het Nederlands heeft verschillende tijden.
- iemands vroegere leven of achtergrond, vaak met een bepaalde betekenisMijn oma vertelt vaak over haar geschiedenis.
verleden
Sifatvroeger tijd
- voorbij, niet meer aanwezig of geldigDe zomer is voorbij.
- in de grammatica: verwijzend naar een tijd die al geweest isDe verleden tijd wordt vaak gebruikt om over gisteren te praten.
- vroeger, uit een eerdere periode in iemands levenMijn geschiedenis in Nederland begon tien jaar geleden.
verlijden
Fiiltijd doorbrengen
- overlijden, sterven (formeel of literaire taal)De beroemde schrijver is gisteren overleden.
- een bepaalde tijd doorbrengen, meestal met een negatieve bijklank (verouderd)Hij brengt zijn dagen door met nietsdoen.