NEDERLANDS
🇺🇦

    Aanhangen

    uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de aanhang

      Іменник/'anhɑŋ/

      enkelvoud

      aanhang

      meervoud

      aanhangen
    • aanhangen

      Дієслово/'anhɑŋən; 'anhɑŋə/

      infinitief

      aanhangen

      tegenwoordige tijd

      hang aanaanhanghangt aanaanhangthangen aanaanhangen

      verleden tijd

      hing aanaanhinghingen aanaanhingen

      tegenwoordig deelwoord

      aanhangendaanhangende

    Створіть безкоштовний акаунт, щоб згенерувати повний запис для цього слова.

    Безкоштовно. Без пароля.

    Продовжуйте вчитися