NEDERLANDS
🇺🇦
  • Afdoen
    Дієсловоuittrekken of verwijderen ook afhandelen of

Afdoen

  • afdoen

    Дієслово

    uittrekken of verwijderen; ook: afhandelen of neerbuigend beoordelen

    1. kleding

      Een kledingstuk of accessoire van je lichaam halen.

      Zij doet haar jas af.

    2. afhandelen

      Een taak, zaak of vraag klaarmaken of beëindigen.

      We moeten deze zaak vandaag afdoen.

    3. afdoen als

      Zeggen dat iets of iemand niet belangrijk is; iets neerbuigend noemen.

      Hij deed haar probleem af als onbelangrijk.

    jas afdoenhoed afdoenschoenen afdoeneen zaak afdoeniemand afdoen als

Продовжуйте вчитися