NEDERLANDS
🇺🇦

    Afhandelt

    uncommonZipf 2.8

    werkwoord

    • afhandelen

      Дієслово/'ɑfhɑndələn; 'ɑfhɑndələ/

      infinitief

      afhandelen

      tegenwoordige tijd

      handel afafhandelhandelt afafhandelthandelen afafhandelen

      verleden tijd

      handelde afafhandeldehandelden afafhandelden

      tegenwoordig deelwoord

      afhandelendafhandelende

    Створіть безкоштовний акаунт, щоб згенерувати повний запис для цього слова.

    Безкоштовно. Без пароля.