NEDERLANDS
🇺🇦

    Bijgeleerd

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • bijleren

      Дієслово/'bɛɪlerən; 'bɛɪlerə/

      infinitief

      bijleren

      tegenwoordige tijd

      leer bijbijleerleert bijbijleertleren bijbijleren

      verleden tijd

      leerde bijbijleerdeleerden bijbijleerden

      tegenwoordig deelwoord

      bijlerendbijlerende

    Створіть безкоштовний акаунт, щоб згенерувати повний запис для цього слова.

    Безкоштовно. Без пароля.

    Продовжуйте вчитися