NEDERLANDS
🇺🇦

    Bijleren

    B1uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • bijleren

      Дієслово/'bɛɪlerən; 'bɛɪlerə/

      infinitief

      bijleren

      tegenwoordige tijd

      leer bijbijleerleert bijbijleertleren bijbijleren

      verleden tijd

      leerde bijbijleerdeleerden bijbijleerden

      tegenwoordig deelwoord

      bijlerendbijlerende

    Створіть безкоштовний акаунт, щоб згенерувати повний запис для цього слова.

    Безкоштовно. Без пароля.