NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Fiets(de)
    Іменникtweewielig voertuig
  • 22Fietsen
    Дієсловоrijden op een fiets

Огляд

СловникСловниковий запасМої словаНещодавні слова
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇺🇦
  • 11Fiets(de)
    Іменникtweewielig voertuig
  • 22Fietsen
    Дієсловоrijden op een fiets
  1. NEDERLANDS
  2. /Словник
  3. /Fietsjes
СловникFietsjes

Fietsjes

  • defiets

    Іменник

    tweewielig voertuig

    1. voertuig met twee wielen dat je met pedalen aandrijftMijn fiets staat voor de deur.
    2. kleine fiets, meestal voor kinderenHet fietsje van mijn zoontje is nog een maatje te groot.
    3. fietsen als sport of ontspanningFietsen in de duinen is mijn favoriete hobby.
  • fietsen

    Дієслово

    rijden op een fiets

    1. zich voortbewegen op een fietsIk fiets door de regen naar college.
    2. voor je plezier of als sport op de fiets rijdenOp zondag fietsen we graag door de polder.
    3. de fiets als gewone vervoerwijze gebruikenVeel collega's fietsen naar kantoor om de file te vermijden.

Споріднені слова

fietsfietsefietsenfietsendfietsendefietsjefietstfietstefietstengefietst

Продовжуйте вчитися

Найпоширеніші нідерландські словаПрактикувати