Getuig
degetuige
Іменникpersoon die iets ziet
- iemand die een gebeurtenis heeft gezien of meegemaakt en daarover kan vertellenDe ooggetuige zag de dief de winkel uit rennen.
- iemand die bij een huwelijksvoltrekking aanwezig is om de handtekening te zettenDe getuige zet zijn handtekening onder het huwelijksdocument.
- iemand die in een rechtszaak verklaart wat hij of zij weet over een zaakDe getuige vertelt de waarheid in de rechtbank.
- iets of iemand die bewijst dat iets waar is of heeft plaatsgevondenDit document is het bewijs dat ik de eigenaar ben.
getuigen
Дієсловоverklaren wat gezien
- bewijs leveren van iets; laten zien dat iets waar isDit rapport is een sterk bewijs van zijn harde werk.
- officieel verklaren wat je hebt gezien of gehoord, vaak in een rechtszaakDe getuige verklaart wat hij heeft gezien.
- laten zien dat je bepaalde gevoelens of overtuigingen hebtHij toont altijd respect voor ouderen.
- in religieuze context: openlijk verkondigen dat je in iets gelooftIk geloof in God.
hetgetuige
Іменникvoorwerp als bewijs
- iemand die een gebeurtenis heeft gezien of meegemaakt en daarover kan vertellenDe ooggetuige beschreef de diefstal aan de agent.
- iemand die bij een huwelijksvoltrekking aanwezig is om te bevestigen dat alles volgens de regels verlooptDe getuige ondertekent het huwelijksregister.
- iets of iemand die bewijst dat iets waar is of heeft plaatsgevondenHet bewijs ligt op tafel.
getuige
Прийменникvoorzetsel fout
- gebruikt om aan te geven dat iemand aanwezig is bij een gebeurtenis en deze kan bevestigenDe juridisch medewerker was aanwezig bij de ondertekening van het contract.
- gebruikt om aan te geven dat iets bewijs levert voor een bepaalde situatie of eigenschapDe volle prullenbak is bewijs dat we gisteren een feestje hadden.
- gebruikt in vaste uitdrukkingen om aan te geven dat iemand iets heeft meegemaaktIk heb een mooie zonsondergang als uitdrukking van de natuur gezien.