NEDERLANDS
🇺🇦

    Honk

    commonZipf 3.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het honk

      Іменник/'hɔŋk/

      enkelvoud

      honk

      meervoud

      honken
    • honken

      Дієслово/'hɔŋkən; 'hɔŋkə/

      infinitief

      honken

      tegenwoordige tijd

      honkhonkthonken

      verleden tijd

      honktehonkten

      tegenwoordig deelwoord

      honkendhonkende

    Створіть безкоштовний акаунт, щоб згенерувати повний запис для цього слова.

    Безкоштовно. Без пароля.