NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Huis(het)
    Іменникgebouw om te wonen
  • 22Huizen
    Дієсловоverhuizen of wonen

Огляд

СловникСловниковий запасМої словаНещодавні слова
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇺🇦
  • 11Huis(het)
    Іменникgebouw om te wonen
  • 22Huizen
    Дієсловоverhuizen of wonen
  1. NEDERLANDS
  2. /Словник
  3. /Huizen
СловникHuizen

Huizen

  • hethuis

    Іменник

    gebouw om te wonen

    1. gebouw om in te wonenHet huis is wit.
    2. gebouwen die als woning dienenDeze woning heeft drie slaapkamers.
    3. een gebouw waarin mensen wonenHet gebouw is wit.
    4. gebouw waar mensen in wonenHet gebouw staat aan de straat.
  • huizen

    Дієслово

    verhuizen of wonen

    1. (ergens) gevestigd zijn of onderdak vindenDe universiteit huisvest veel internationale studenten.
    2. in iets of ergens verblijven of wonenDe katten verblijven in de schuur.
    3. regelen dat iets of iemand een plek heeft om te verblijvenHij vond snel onderdak voor de vluchtelingen.
    4. op een bepaalde plek opbergen of onderbrengenIk berg mijn boeken op in de kast.

Споріднені слова

gehuisdhuishuisdehuisdenhuisjehuisjeshuisthuizehuizendhuizendehuizes

Продовжуйте вчитися

Найпоширеніші нідерландські словаПрактикувати