NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Koek(de)
    Іменникgebakken deegproduct
  • 22Koeken(de-het)
    Дієсловоmeervoud koek

Огляд

СловникСловниковий запасМої словаНещодавні слова
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇺🇦
  • 11Koek(de)
    Іменникgebakken deegproduct
  • 22Koeken(de-het)
    Дієсловоmeervoud koek
  1. NEDERLANDS
  2. /Словник
  3. /Koekt
СловникKoekt

Koekt

  • dekoek

    Іменник

    gebakken deegproduct

    1. een zoet gebakje, vaak van deeg gemaaktDit gebak is heerlijk en romig.
    2. biscuit of keksDit koekje is knapperig en zoet.
    3. wafel of soortgelijke lekkernijDe lekkernij is zoet en knapperig.
    4. gezamenlijke benaming van allerlei soorten gebakHet gebak was heerlijk en vers.
  • de-hetkoeken

    Дієслово

    meervoud koek

    1. meerdere soorten of varianten van koekjes of gebakjes maken of bakkenHij maakt gebak voor het feestje.
    2. het bereiden van een gerecht dat platte gebakken wordt, vaak op een panIk bak een heerlijke pannenkoek.
    3. iemand of iets in de keuken lastigvallen of overlast bezorgen door te veel te vragen of te makenHij ondervindt veel overlast van de vragen over zijn koekjes.

Споріднені слова

gekoektkoekkoekekoekenkoekendkoekendekoekjekoekjeskoektekoekten