NEDERLANDS
🇺🇦

    Samenspelen

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • samenspelen

      Дієслово/'samənspelən; 'saməspelə/

      infinitief

      samenspelen

      tegenwoordige tijd

      speel samensamenspeelspeelt samensamenspeeltspelen samensamenspelen

      verleden tijd

      speelde samensamenspeeldespeelden samensamenspeelden

      tegenwoordig deelwoord

      samenspelendsamenspelende

    Створіть безкоштовний акаунт, щоб згенерувати повний запис для цього слова.

    Безкоштовно. Без пароля.

    Продовжуйте вчитися