NEDERLANDS
🇺🇦

    Schoonmaak

    B1commonZipf 3.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de schoonmaak

      Іменник/'sxonmak/

      enkelvoud

      schoonmaakschoonmaakje

      meervoud

      schoonmakenschoonmaakjes
    • schoonmaken

      Дієслово/'sxonmakən; 'sxonmakə/

      infinitief

      schoonmaken

      tegenwoordige tijd

      maak schoonschoonmaakmaakt schoonschoonmaaktmaken schoonschoonmaken

      verleden tijd

      maakte schoonschoonmaaktemaakten schoonschoonmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      schoonmakendschoonmakende

    Створіть безкоштовний акаунт, щоб згенерувати повний запис для цього слова.

    Безкоштовно. Без пароля.