NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Twee
    Числівникgetal twee
  • 22Twee(de)
    Іменникgroep van twee

Огляд

СловникСловниковий запасМої словаНещодавні слова
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇺🇦
  • 11Twee
    Числівникgetal twee
  • 22Twee(de)
    Іменникgroep van twee
  1. NEDERLANDS
  2. /Словник
  3. /Tweetjes
СловникTweetjes

Tweetjes

  • twee

    Числівник

    getal twee

    1. het getal dat volgt op één en voorafgaat aan drie, dat vaak wordt gebruikt om een aantal of een hoeveelheid aan te gevenEr zijn twee stoel in de kamer.
    2. een paar, twee dingen of personen samenHet paar liep hand in hand door het park.
    3. de vorm van een tweetal in een schattige of informele contextDie katjes zijn echt schattig samen.
  • detwee

    Іменник

    groep van twee

    1. het getal dat volgt op één; een ander (twee) als het om tellen gaatDe hoeveelheid suiker in deze cake is perfect.
    2. hoeveelheid of paar van ietsIk heb een paar nieuwe sokken gekocht.
    3. diminutief van het woord twee, verwijst vaak naar schattige of kleine exemplarenHet diminutief van 'huis' is 'huisje'.

Споріднені слова

tweetweeëntweetje

Продовжуйте вчитися

Найпоширеніші нідерландські словаПрактикувати