NEDERLANDS
🇺🇦

    Uitmaken

    A2top5000Zipf 4.1

    werkwoord

    • uitmaken

      Дієслово/'œytmakən; 'œytmakə/

      infinitief

      uitmaken

      tegenwoordige tijd

      maak uituitmaakmaakt uituitmaaktmaken uituitmaken

      verleden tijd

      maakte uituitmaaktemaakten uituitmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      uitmakenduitmakende

    Створіть безкоштовний акаунт, щоб згенерувати повний запис для цього слова.

    Безкоштовно. Без пароля.