NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Voorbij
    Прикметникuit het verleden
  • 22Voorbij
    Прийменникlangs iets heen
  • 33Voorbij
    Прислівникafgelopen of langs

Огляд

СловникСловниковий запасМої словаНещодавні слова
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇺🇦
  • 11Voorbij
    Прикметникuit het verleden
  • 22Voorbij
    Прийменникlangs iets heen
  • 33Voorbij
    Прислівникafgelopen of langs
  1. NEDERLANDS
  2. /Словник
  3. /Voorbij
СловникVoorbij

Voorbij

  • voorbij

    Прикметник

    uit het verleden

    1. van een periode die al geweest isDe voorbije week heb ik veel overgewerkt.
  • voorbij

    Прийменник

    langs iets heen

    1. langs een plaats heen, verder dan een bepaald puntWe reden voorbij het meer.
  • voorbij

    Прислівник

    afgelopen of langs

    1. afgelopen, ten einde, niet meer aan de gangDe zomer is voorbij.
    2. langs iets of iemand heen bewegend, zonder te stoppenDe auto reed voorbij zonder te stoppen.

Продовжуйте вчитися

Більше слів рівня A2Практикувати