Voordoen
B1commonZipf 3.8
tonen; voorkomen; zich houden
voordoen
Дієслово/'vordun/tonen; voorkomen; zich houden
infinitief
voordoentegenwoordige tijd
doe voorvoordoedoet voorvoordoetdoen voorvoordoenverleden tijd
deed voorvoordeeddeden voorvoordedentegenwoordig deelwoord
voordoendvoordoende
Створіть безкоштовний акаунт, щоб згенерувати повний запис для цього слова.
Безкоштовно. Без пароля.