Aanloop
deaanloop
普通名词aanloop: ren om snelheid te krijgen; bezoek/drukte; periode vlak vóór iets
aanloop (rennen)
De ren die je maakt voordat je springt of iets doet om meer snelheid of kracht te krijgen.
De atleet nam een lange aanloop voordat hij over de stok sprong.
aanloop (bezoekers)
Het aantal of de stroom mensen die naar een winkel, locatie of persoon komen; drukte van bezoekers.
De nieuwe bakker heeft veel aanloop in de ochtend.
aanloop (periode voorafgaand)
De tijd vlak vóór een belangrijk moment of gebeurtenis, waarin dingen worden voorbereid of gebeuren.
In de aanloop naar de verkiezingen voeren partijen veel gesprekken.
aanloop nemenveel aanloopin de aanloop naareen aanloopje nemenkorte aanloopaanlopen
动词beginnen te werken iets of iemand
basis
beginnen te werken iets of iemand