NEDERLANDS
🇨🇳
  • Aanloop(de)
    普通名词aanloop ren om snelheid te krijgen
  • Aanlopen
    动词beginnen te werken iets of iemand

Aanloop

  • deaanloop

    普通名词

    aanloop: ren om snelheid te krijgen; bezoek/drukte; periode vlak vóór iets

    1. aanloop (rennen)

      De ren die je maakt voordat je springt of iets doet om meer snelheid of kracht te krijgen.

      De atleet nam een lange aanloop voordat hij over de stok sprong.

    2. aanloop (bezoekers)

      Het aantal of de stroom mensen die naar een winkel, locatie of persoon komen; drukte van bezoekers.

      De nieuwe bakker heeft veel aanloop in de ochtend.

    3. aanloop (periode voorafgaand)

      De tijd vlak vóór een belangrijk moment of gebeurtenis, waarin dingen worden voorbereid of gebeuren.

      In de aanloop naar de verkiezingen voeren partijen veel gesprekken.

    aanloop nemenveel aanloopin de aanloop naareen aanloopje nemenkorte aanloop
  • aanlopen

    动词

    beginnen te werken iets of iemand

    1. basis

      beginnen te werken iets of iemand

继续学习