NEDERLANDS
🇨🇳

    Aanspraken

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • aanspreken

      动词/'ansprekən; 'ansprekə/

      infinitief

      aanspreken

      tegenwoordige tijd

      spreek aanaanspreekspreekt aanaanspreektspreken aanaanspreken

      verleden tijd

      sprak aanaansprakspraken aanaanspraken

      tegenwoordig deelwoord

      aansprekendaansprekende
    • de aanspraak

      普通名词/'ansprak/

      enkelvoud

      aanspraakaanspraakje

      meervoud

      aansprakenaanspraakjes

    创建免费账户,为这个词生成完整词条。

    免费。无需密码。

    继续学习