NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Afgelopen
    形容词vorige tijd
  • 22Aflopen
    动词beëindigen

浏览

词典词汇表我的单词最近词语
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇨🇳
  • 11Afgelopen
    形容词vorige tijd
  • 22Aflopen
    动词beëindigen
  1. NEDERLANDS
  2. /词典
  3. /Afloop
词典Afloop

Afloop

  • afgelopen

    形容词

    vorige tijd

    1. verleden, voorbijgaand in de tijdHet verleden lijkt soms zo ver weg.
    2. afgerond of beëindigd zijnHet examen is eindelijk afgerond.
    3. ten einde, niet meer voortzettendDe vergadering is ten einde.
  • aflopen

    动词

    beëindigen

    1. ten einde komen, eindigenHet verhaal eindigt gelukkig.
    2. gebeuren, tot een resultaat komenDe cursus is succesvol afgelopen.
    3. om iets heen lopen of zich naar beneden bewegenHet pad gaat naar de struiken.
    4. iets dat uitwerking verliest, minder actueel wordtHet abonnement verloopt binnenkort.

相关词汇

afgelopenafgelopensafliepafliepenaflooptaflopeaflopenaflopendaflopendeliep afliepen afloop afloopt aflope aflopen af

继续学习

更多 A2 词汇练习