NEDERLANDS
🇨🇳

    Afweek

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord; werkwoord

    • afwijken

      动词/'ɑfwɛɪkən; 'ɑfwɛɪkə/

      infinitief

      afwijken

      tegenwoordige tijd

      wijk afafwijkwijkt afafwijktwijken afafwijken

      verleden tijd

      week afafweekweken afafweken

      tegenwoordig deelwoord

      afwijkendafwijkende
    • afweken

      动词/'ɑfwekən; 'ɑfwekə/

      infinitief

      afweken

      tegenwoordige tijd

      week afafweekweekt afafweektweken afafweken

      verleden tijd

      weekte afafweekteweekten afafweekten

      tegenwoordig deelwoord

      afwekendafwekende

    创建免费账户,为这个词生成完整词条。

    免费。无需密码。

    继续学习