Afzet
deafzet
普通名词verkoop hoeveelheid
- de totale hoeveelheid verkochte goederen in een bepaalde periodeDe verkoop van ijs stijgt altijd in de zomer.
- de plaats waar goederen worden verkocht, vaak aan toeristen of toevallige kopersDit verkooppunt verkoopt heerlijke stroopwafels.
- het afzetten of verwijderen van een lichaamsdeel, zoals een hoorn of een takDe dierenarts voert de verwijdering van de hoorns bij de geiten uit.
- het bedriegen of oplichten van iemand, vaak in informele contextDeze website is een vorm van oplichting.
afzetten
动词van troon halen
- iemand of iets van een bepaalde plaats verwijderen of laten stoppen met een activiteitDe leraar verwijderde het kind uit de klas.
- een lichaamsdeel (bijvoorbeeld een arm of been) in een bepaalde positie plaatsenHij plaatst zijn handen op de tafel.
- een grens of einde markerenWe markeren de grens van ons terrein met witte palen.
- goederen verkopen, vaak in grote hoeveelheden of tegen een hoge prijsDe winkel verkoopt veel bloemen tijdens Moederdag.
afzetten
动词uitdoen apparaat
- iemand of iets ergens vanaf halen of verwijderenIk verwijder mijn jas als ik binnenkom.
- een grens of afscheiding aanbrengenDe gemeente bakent het nieuwe park af met paaltjes.
- iemand bedriegen door een te hoge prijs te vragenDe handelaar lichtte de toerist op met een nep-antiek vaas.
- een apparaat of licht uitdoenIk schakel de computer uit na het werk.
afzetten
动词markeren grens
- iemand of iets van een bepaalde plaats verwijderen of laten stoppenIk verwijder het stof van de tafel.
- een deel van iets afsnijden of verwijderenIk snijd een stuk van de kaas af.
- een grens of einde markerenDe politie markeert het gebied met tape.
- goederen verkopen, vaak in grote hoeveelhedenDe boer verkoopt zijn appels aan de supermarkt.