Buis
hetbuis
普通名词kledingstuk
basis
kledingstuk
debuis
普通名词cilindervormig voorwerp; televisie
pijp / buis
Een ronde, cilindervormige pijp van metaal of plastic; gebruikt om water, gas of kabels te leiden.
De loodgieter verving de buis in de muur.
televisie
Televisie; het apparaat of medium waarop tv-programma's worden uitgezonden.
Vannacht komt die serie op de buis.
waterbuisafvoerbuisstalen buisbuis leggenop de buisdebuis
普通名词windvlaag; onvoldoende
cijfer
Informele term voor een onvoldoende: een toets- of examenresultaat dat niet genoeg is om te slagen.
Hij kreeg een buis voor de wiskundetoets.
weer
Een korte, sterke windvlaag.
Er kwam een buis en de paraplu vloog weg.
een buis haleneen buis krijgenbuis voor (vak)debuis
普通名词haringschip
basis
haringschip
buizen
动词zakken; laten zakken (niet slagen voor een toets)
niet slagen
Niet slagen voor een toets of examen; een onvoldoende krijgen.
Hij buist vaak voor wiskunde.
iemand laten zakken
Zorgen dat iemand niet slaagt voor een toets of examen.
De leraar buisde drie studenten voor het tentamen.
buizen voor (een vak)gebuisd wordeniemand buizenbuizen
动词buiswater over zich heen krijgen; zuipen
zuipen
Veel en snel alcohol drinken; veel drinken op een feest of in een groep.
Tijdens het studentenfeest begonnen ze al snel te buizen.
nat worden
Door (buis)water over zich heen te krijgen helemaal nat worden.
Bij de optocht werden de toeschouwers met koud water gebuisd.
buizen
动词televisie kijken
basis
televisie kijken