NEDERLANDS
🇨🇳
  • Buit(de)
    普通名词gestolen spullen of vangst
  • Buien
    动词regen in korte periodes vallen

Buit

  • debuit

    普通名词

    gestolen of veroverde spullen; vangst

    1. roof

      buit: spullen die iemand heeft gestolen of veroverd, bijvoorbeeld bij een overval of in oorlogstijd.

      De dure sieraden waren de buit van de overval.

    2. vangst

      buit: wat iemand vangt of vindt, bijvoorbeeld vis, dieren of spullen die bij een actie zijn gevonden.

      De visser bracht de buit van die ochtend naar de markt.

    oorlogsbuitde buit binnenhalenbuit makengrote buitde buit tonen
  • buien

    动词

    regen in korte periodes vallen

    1. weer

      Er valt korte, wisselende regen; het regent plotseling en voor korte tijd.

      Het begint te buien, dus neem een paraplu mee.

    zware buienharde buienregenbuienonweersbuienbuienradar

继续学习