NEDERLANDS
🇨🇳
  • Kers(de)
    普通名词vrucht
  • Kers(de)
    普通名词boom
  • Kers(de)
    普通名词plantengeslacht

Kers

  • dekers

    普通名词

    vrucht

    1. zelfstandig naamwoord (m/v)

      vrucht

  • dekers

    普通名词

    boom

    1. vrucht

      Kleine, ronde vrucht van de kersenboom; vaak rood en zoet en geschikt om te eten of in gebak te gebruiken.

      De kersen in de bak zijn rijp en zoet.

    2. boom

      De boom die kersen draagt; bloeit in het voorjaar en geeft daarna de kersen.

      De kers in onze tuin draagt dit jaar veel vruchten.

    kersenboomkersen plukkenkersen etenkersenjamkersenbloesem
  • dekers

    普通名词

    plantengeslacht

    1. plantengeslacht

      Een plantengeslacht (Prunus) waarvan sommige soorten bomen of struiken zijn en die in het voorjaar bloeien.

      De kers heeft in het voorjaar vaak roze of witte bloesems.

    2. vrucht

      De kleine, ronde, meestal rode vrucht van sommige Prunus-soorten; vaak zoet en eetbaar.

      In de zomer plukte ik rijpe kersen uit de boom.

    kersenboomkersenpitkersensapkersenvlaaide kers op de taart

继续学习