NEDERLANDS
🇨🇳
  • Mal
    形容词gek raar
  • Mal(het)
    普通名词zotheid
  • Mal(de)
    普通名词idioot
  • Mal(de)
    普通名词patroon
  • Mallen
    动词dollen
  • Mallen
    动词naar de mal bewerken

Mal

  • mal

    形容词

    gek, raar

    1. gek/raar

      Iets of iemand dat mal is, gedraagt zich vreemd of lijkt gek; vaak informeel gezegd.

      Ben je mal?

    ben je malmal wordenmalle fratseneen mal ideemalle muts
  • hetmal

    普通名词

    zotheid

    1. zotheid

      Gek of dwaas gedrag; een domme of grappige handeling die je als zotheid noemt.

      Het malletje dat hij uithaalde, maakte iedereen aan het lachen.

  • demal

    普通名词

    idioot

    1. persoon (informeel)

      Iemand die dom doet of niet goed nadenkt; vaak een onvriendelijk woord voor iemand.

      Ze noemen hem de mal van de klas.

  • demal

    普通名词

    patroon (vorm)

    1. vorm

      Een holle of vaste vorm die je gebruikt om iets te maken of te gieten, bijvoorbeeld voor taarten, chocolade of beelden.

      De bakker gebruikte een mal om de taart te vormen.

    2. sjabloon/patroon

      Een plat stuk papier, karton of materiaal dat je als voorbeeld gebruikt om stof of ander materiaal te tekenen of te knippen.

      De kleermaker legt de mal op de stof en knipt eromheen.

    taartmalkoekjesmalsiliconenmalgipsmalmallen maken
  • mallen

    动词

    dollen

    1. dollen

      Grappig of speels doen; iemand plagen zonder het serieus te menen.

      Ze zaten de hele middag te mallen in het park.

    met iemand mallende hele tijd mallen
  • mallen

    动词

    iets met een mal vormen

    1. vormen

      Iets (bijvoorbeeld kunststof, metaal of klei) met behulp van een mal in een bepaalde vorm bewerken.

      De werkers malden de kunststofdelen in een siliconenmal.

    iets mallenin een mal mallenmet een mal mallenmallen en gieten

继续学习