NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Skiën
    动词sneeuw sport
  • 22Ski(de)
    普通名词sportuitrusting

浏览

词典词汇表我的单词最近词语
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇨🇳
  • 11Skiën
    动词sneeuw sport
  • 22Ski(de)
    普通名词sportuitrusting
  1. NEDERLANDS
  2. /词典
  3. /Skië
词典Skië

Skië

  • skiën

    动词

    sneeuw sport

    1. zich voortbewegen op ski's; een wintersport beoefenenIk ga deze winter skiën in Nederland.
    2. met ski's een helling afdalenIk daal met mijn ski's van de helling.
    3. de activiteit van het skiën; een sportsport activiteitSkiën is een leuke activiteit voor de winter.
  • deski

    普通名词

    sportuitrusting

    1. een lange, smalle plank die gebruikt wordt om op sneeuw te glijdenDe sport staat voor de deur van de skischool.
    2. een soort van sport of activiteit waarbij men met skis over sneeuw glijdtSkiën is een uitdagende activiteit.
    3. skietje, een verkleinwoord van ski, vaak gebruikt voor kinderski's of kleinere ski'sDe skietjes zijn perfect voor beginners.

相关词汇

geskiedskiskiedeskiedenskiënskiëndskiëndeskietskietjeskietjesski's