Stroom
stromen
动词vloeien of vlieten
- zich vloeiend voortbewegen, zoals water door een rivierDe Rijn stroomt door Duitsland en Nederland.
- in grote aantallen ergens naartoe gaanDe bezoekers zijn vanmorgen massaal de beurs in gestroomd.
- voortdurend binnenkomen of naar buiten komenEr stroomt veel geld naar goede doelen in december.
destroom
普通名词elektriciteit in huis
- de elektrische energie die door een kabel looptZonder stroom werkt de koelkast niet.
- water dat ergens naartoe beweegt, zoals in een rivierPas op voor de sterke stroom bij de pieren.
- een grote hoeveelheid mensen of dingen die zich in dezelfde richting beweegtEen stroom toeristen trok door het oude centrum.
- een doorlopende hoeveelheid informatie, geld of goederenDe wethouder beloofde de stroom van subsidies eerlijker te verdelen.