Tak
detak
普通名词deel van een boom; ook: onderdeel of afdeling
plantdeel
Een stuk hout dat uit de stam of een grotere tak van een boom groeit en vaak bladeren of vruchten draagt.
De vogel bouwde een nest op een dikke tak.
onderdeel/afdeling
Een deel of afdeling van iets (bijvoorbeeld een organisatie, wetenschap of sport) dat een eigen specialisatie heeft.
Biologie is een tak van de wetenschap.
tak van sporttak van wetenschapdikke takafgebroken taktakken snoeientakken
动词zich in takken of richtingen splitsen; ritme aangeven
splitsen/afslaan
Zich in twee of meer delen of richtingen verdelen; afslaan (van een weg, rivier, pad, boom).
De rivier takte af in twee armen.
muziek/ritme
Het ritme of de maat aangeven; in een duidelijke maat spelen of slaan.
De dirigent takt het orkest duidelijk.
takte aftakken aftakt aangevengetakt spelen