Uithangen
uithangen
动词kleding ophangen; rondhangen; iemand neerzetten als
kleding/drogen
Kleding of de was aan een lijn of rek buiten ophangen zodat het droogt.
Ik hang de was uit in de tuin.
rondhangen
Tijd op een plek doorbrengen zonder iets nuttigs te doen; hangen met anderen.
De jongeren hangen vaak in het park uit.
iemand neerzetten
Iemand publiekelijk als iets of iemand anders voorstellen of beschuldigen (bijv. als dief of verrader).
Ze hangen hem als verrader uit, maar dat is niet waar.
de was uithangende was buiten uithangenergens uithangeniemand als ... uithangende vlag uithangen