NEDERLANDS
🇨🇳
  • Uitstap(de)
    普通名词korte reis tocht voor plezier
  • Uitstappen
    动词van een voertuig afgaan een groep

Uitstappen

  • deuitstap

    普通名词

    korte reis, tocht (voor plezier)

    1. excursie

      Een korte reis of tocht, meestal om iets te bezoeken of voor plezier.

      We maakten gisteren een uitstap naar het strand.

    een uitstapje makenuitstap naar het museumkorte uitstap
  • uitstappen

    动词

    van een voertuig afgaan; een groep of organisatie verlaten

    1. vervoer

      Het voertuig verlaten: naar buiten gaan van een bus, trein, tram of auto.

      We stappen bij de volgende halte uit.

    2. verlaten van groep

      Een groep, organisatie of partij verlaten; niet meer meedoen.

      Zij is uitgestapt uit de partij.

    uitstappen bijuitstappen uituitstappen van de busuitstappen op het perron

继续学习