Aanbrak
uncommonZipf 2.3
werkwoord
aanbreken
Verb/'anbrekən; 'anbrekə/infinitief
aanbrekentegenwoordige tijd
breek aanaanbreekbreekt aanaanbreektbreken aanaanbrekenverleden tijd
brak aanaanbrakbraken aanaanbrakentegenwoordig deelwoord
aanbrekendaanbrekende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.