Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

1–50 von 89581 Wörtern

Top 100 — die Grundbausteine des Niederländischen
1ikA1n.versterkte dijk
2jeA1pron.your (singular)
3hetA1pron.derde persoon enkelvoud
4deA1pron.bepaald lidwoord
5datA1pron.aanwijzend voornaamwoord
6isn.essentie zijn
7nietA1v.bevestigen met nieten
8eenA1n.voorbeeld van een
9enB1conj.en voegwoord
10watA1n.een wat
11vanA2n.afgeleide betekenis
12weA1pron.eerste persoon meervoud
13zeA1n.naam van de Huns
14hijA1n.mannetjes bijen
15inA2chemisch symbool voor Indium
16maarA1v.verwaarloos
17erA1symbool erbium
18opA1prep.voorzetsel van plaats
19zijnA1n.essentie zijn
20teA1symbool
21meA1n.versterkte dijk
22dieA1pron.betrekkelijk voornaamwoord
23hebn.bezit of eigendom
24metB1conj.ondergeschikte voegwoord
25voorA1n.een voorkant
26alsA1n.afkorting voor ALS
27uA2n.oude titel
28benn.essentie zijn
29wasA1n.essentie zijn
30ditA1pron.aanwijzend voornaamwoord
31hierA1adv.op deze plek
32jijA1pron.your (singular)
33naarA2conj.contrast comparison
34omA2adv.rondom iets heen
35mijnA2v.grondstoffen winnen
36weetv.toeschrijven aan iets
37danA1n.muziekritme
38welA1v.water absorberen
39kanA2n.vermogen of capaciteit
40nogA1adv.nog meer additioneel
41wilA1n.de wens of behoefte
42geenA1pron.niet een
43moetn.moetige persoon
44zoA1symbool voor zo
45aanA1prep.voornaamwoordelijk
46hemA2n.mannetjes bijen
47heeftA2n.bezit of eigendom
48goedA1n.een goed ding
49hebbenA1n.bezit of eigendom
50jaB1interj.uitroep van bevestiging