NEDERLANDS
🇩🇪

Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

1–50 von 4783 Wörtern

Top 100 — die Grundbausteine des Niederländischen
1vann. — afgeleide betekenis
2inchemisch symbool voor Indium
3un. — oude titel
4naarconj. — contrast comparison
5omadv. — rondom iets heen
6mijnv. — grondstoffen winnen
7kann. — vermogen of capaciteit
8hemn. — mannetjes bijen
9heeftn. — bezit of eigendom
10overn. — onderwerp of topic
11komv. — bewegen naar plaats
12daarconj. — verbindende zin
13bijn. — bijwoordelijke vorm
14julliepron. — jullie als persoon
15onspron. — eerste persoon meervoud
16gaatn. — fysieke toestand
17nouconj. — als voegwoord
18doorn. — opening in muur
Top 500 — wichtige Alltagswörter
19evenadj. — zodra of kort
20eensconj. — als eenmaal
21iemandn. — belangrijk persoon
22veeln. — grote hoeveelheid
23kijkv. — zien met ogen
24tegenn. — het tegen zijn
25netn. — draad of net
26tijdn. — een periode van bestaan
27zekerv. — bevestigen of garanderen
28wachtn. — wachttijd periode
29niksv. — niets doen
30anderspron. — een ander iets
31zijn. — essentie zijn
32héinterj. — uitroep aandacht
33zoalsconj. — vergelijking uitdrukken
34wilden. — de wens of behoefte
35spijtn. — gevoel van spijt
36vastadj. — zeker zijn
37staatv. — rechtop zijn
38éénnum. — één getal
39wistv. — toeschrijven aan iets
40godn. — een specifieke god
41steedsadj. — in toenemende mate
42ooitadv. — op enig moment
43ointerj. — uitroep van verbazing
44zorgenv. — iets waar je om geeft
45heenadv. — richting aangeven
46geloofn. — vertrouwen in persoon
47geweldigadj. — fantastisch of geweldig
48wereldn. — gebied ervaring
49zelfsadv. — ook of bovendien
50hoopv. — opstapelen