NEDERLANDS
🇩🇪

Woordenlijst

Die häufigsten niederländischen Wörter, sortiert nach ihrem Vorkommen in der Alltagssprache. Basierend auf dem SUBTLEX-NL-Korpus — 44 Millionen Wörter aus niederländischen Film- und Fernsehuntertiteln.

51–100 von 4783 Wörtern

Top 500 — wichtige Alltagswörter
51politien. — wetshandhaving instantie
52zatv. — in een positie blijven
53heetv. — naam geven
54gelijkv. — worden zoals iets
55ohinterj. — uitroep van verbazing
56verderadv. — verder gaan
57hèinterj. — tussenwerpsel voor reactie
58vanavondadv. — op deze avond
59alsofconj. — voor hypothetische vergelijking
60belv. — telefoon contact
61haaln. — afkomstig van ergens
62stopn. — onderbreking of stilstand
63dagensymbool voor dag
64helpv. — aan iemand assistentie bieden
65primaadj. — heel goed
66zoekenv. — iets vinden
67gelovenn. — vertrouwen in persoon
68pijnv. — meervoud van pijn
69jezelfpron. — jou als wederkerend
70kansn. — mogelijkheid om iets te doen
71schatn. — dierbare persoon of zaak
72maniern. — wijze of methode
73momentn. — kort tijdsbestek
74bovenprep. — hoger dan iets
75praatv. — met iemand converseren
76zaakn. — ding of object
77juistadj. — goed of correct
78weesn. — essentie zijn
79vrijv. — seksualiteit zonder verplichtingen
80vergetenv. — niet herinneren
81vooruitn. — voortgang beweging
82proberenv. — iets proberen
83misv. — vermist of niet aanwezig
84zorgv. — iets waar je om geeft
85dodenv. — iemand ombrengen
86ervanadv. — over iets
87steln. — een jonge plant
88plaatsv. — meervoud van plaats
89alstublieftinterj. — a.u.b. of verzoek
90zoietspron. — iets dergelijks
91liefden. — gevoel van genegenheid
92volv. — vol maken
93voorbijadv. — afgelopen of langs
94nachtn. — donkerste tijd van dag
95verhaaln. — een verhaal
96nummerv. — iets tellen
97zodatconj. — met als gevolg dat
98wakkeradj. — in een toestand van niet slapen
99gebeurenv. — iets dat plaatsvindt
100voordatconj. — eerder dan dat