Aanpraat
uncommonZipf 2.1
werkwoord
aanpraten
Verb/'anpratən; 'anpratə/infinitief
aanpratentegenwoordige tijd
praat aanaanpraatpraten aanaanpratenverleden tijd
praatte aanaanpraattepraatten aanaanpraattentegenwoordig deelwoord
aanpratendaanpratende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.