NEDERLANDS
🇩🇪

    Aanslepen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; werkwoord

    • aanslepen

      Verb/'anslepən; 'anslepə/

      infinitief

      aanslepen

      tegenwoordige tijd

      sleep aanaansleepsleept aanaansleeptslepen aanaanslepen

      verleden tijd

      sleepte aanaansleeptesleepten aanaansleepten

      tegenwoordig deelwoord

      aanslependaanslepende
    • aanslijpen

      Verb/'anslɛɪpən; 'anslɛɪpə/

      infinitief

      aanslijpen

      tegenwoordige tijd

      slijp aanaanslijpslijpt aanaanslijptslijpen aanaanslijpen

      verleden tijd

      sleep aanaansleepslepen aanaanslepen

      tegenwoordig deelwoord

      aanslijpendaanslijpende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen