Aanspraken
uncommonZipf 2.5
werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud
aanspreken
Verb/'ansprekən; 'ansprekə/infinitief
aansprekentegenwoordige tijd
spreek aanaanspreekspreekt aanaanspreektspreken aanaansprekenverleden tijd
sprak aanaansprakspraken aanaansprakentegenwoordig deelwoord
aansprekendaansprekendede aanspraak
Substantiv/'ansprak/enkelvoud
aanspraakaanspraakjemeervoud
aansprakenaanspraakjes
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.