NEDERLANDS
🇩🇪

    Afbinden

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • afbinden

      Verb/'ɑvbɪndən; 'ɑvbɪndə/

      infinitief

      afbinden

      tegenwoordige tijd

      bind afafbindbindt afafbindtbinden afafbinden

      verleden tijd

      bond afafbondbonden afafbonden

      tegenwoordig deelwoord

      afbindendafbindende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen