Afbrak
uncommonZipf 2.4
werkwoord
afbreken
Verb/'ɑvbrekən; 'ɑvbrekə/infinitief
afbrekentegenwoordige tijd
breek afafbreekbreekt afafbreektbreken afafbrekenverleden tijd
brak afafbrakbraken afafbrakentegenwoordig deelwoord
afbrekendafbrekende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.