NEDERLANDS
🇩🇪

    Afbrak

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • afbreken

      Verb/'ɑvbrekən; 'ɑvbrekə/

      infinitief

      afbreken

      tegenwoordige tijd

      breek afafbreekbreekt afafbreektbreken afafbreken

      verleden tijd

      brak afafbrakbraken afafbraken

      tegenwoordig deelwoord

      afbrekendafbrekende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen