NEDERLANDS
🇩🇪

    Afgehaakt

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • afhaken

      Verb/'ɑfhakən; 'ɑfhakə/

      infinitief

      afhaken

      tegenwoordige tijd

      haak afafhaakhaakt afafhaakthaken afafhaken

      verleden tijd

      haakte afafhaaktehaakten afafhaakten

      tegenwoordig deelwoord

      afhakendafhakende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.