Aftrappen
uncommonZipf 2.4
werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud
aftrappen
Verb/'ɑftrɑpən; 'ɑftrɑpə/infinitief
aftrappentegenwoordige tijd
trap afaftraptrapt afaftrapttrappen afaftrappenverleden tijd
trapte afaftraptetrapten afaftraptentegenwoordig deelwoord
aftrappendaftrappendede aftrap
Substantiv/'ɑftrɑp/enkelvoud
aftrapaftrapjemeervoud
aftrappenaftrapjes
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.