Afvloeien
uncommonZipf 2.5
weggaan; wegvloeien; met vloeipapier bestrijken
afvloeien
Verb/'ɑflujən; 'ɑflujə/weggaan; wegvloeien
infinitief
afvloeientegenwoordige tijd
vloei afafvloeivloeit afafvloeitvloeien afafvloeienverleden tijd
vloeide afafvloeidevloeiden afafvloeidentegenwoordig deelwoord
afvloeiendafvloeiendeafvloeien
Verb/'ɑflujən; 'ɑflujə/met vloeipapier bestrijken
infinitief
afvloeientegenwoordige tijd
vloei afafvloeivloeit afafvloeitvloeien afafvloeienverleden tijd
vloeide afafvloeidevloeiden afafvloeidentegenwoordig deelwoord
afvloeiendafvloeiende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.