NEDERLANDS
🇩🇪

    Afweren

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de afweer

      Substantiv/'ɑfwer/

      enkelvoud

      afweer

      meervoud

      afweren
    • afweren

      Verb/'ɑfwerən; 'ɑfwerə/

      infinitief

      afweren

      tegenwoordige tijd

      weer afafweerweert afafweertweren afafweren

      verleden tijd

      weerde afafweerdeweerden afafweerden

      tegenwoordig deelwoord

      afwerendafwerende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen